Fata Morgana (2007)

Verslag van de rit Mont Ventoux – Roeselare
(Fata Morgana 01-02-2007).

Dagboek van Bjorn Leenknegt:

Maandag

Reeds in de morgen werd ik samen met Mario (Bulckaert) aangesproken om deel te nemen aan de tocht MT Ventoux Roeselare in 3,5 dagen.
‘s Middags om 13 uur vond al de eerste vergadering op de markt plaats want dinsdag morgen om 7 uur vertrokken we naar onze startplaats van de tocht.
Mario kon zich deze middag vrijmaken en was dan ook de stuwende kracht om alles klaar te krijgen.
Door werkomstandigheden kon ik mij die namiddag onmogelijk vrij maken, buiten het geven van wat adressen en telefoonnummers bleef mijn inbreng tamelijk beperkt in de voorbereiding.
’s Avonds was er nog een bijeenkomst op Schiervelde met als bedoeling de laatste zaken te regelen.
De Burgemeester, dhr. Luc Martens en de Schepen van Sport, dhr. Debels José, kwamen ons aanmoedigen.
Nadat we de kledij van de nationale wielerploeg in ons bezit hadden, vertrokken wij vliegensvlug naar huis voor een korte maar deugddoende nachtrust.

Dinsdag

Om 6 uur in de morgen was iedereen van de partij aan het Sportcomplex Schiervelde. Alles werd ingeladen, beter gezegd volgestouwd. Iedereen had een goed humeur enkel de weergoden waren ons niet gezind. De regen viel met bakken uit de hemel.

Naast de fietsers waren ook heel wat echtgenoten en supporters aanwezig, verscheidene waren getooid in een T-shirt met de vermelding “de MT Ventoux vind ik goe”. De sfeer zat er duidelijk in. De Burgemeester, dhr. Luc Martens en de Schepen van Sport, dhr. Debels José, kwamen ons nog eventjes uitwuiven.
Om 7 uur was het zover, we gingen vertrekken. Vooraleer iedereen richting de bus gaat eerst nog de gebruikelijke groepsfoto. Juist op het moment dat we de bus opstappen, komen er 2 jonge kerels in de gietende regen toe vanuit Aalst. Onze monden vielen open van de verbazing. Deze kerels hadden voor dag en dauw de trein genomen richting Lichtervelde, daar afgestapt en dan met fiets richting Roeselare. Ze waren net op tijd maar kleddernat. Veel hadden ze niet bij en wat ze bij hadden bevond zich in hun rugzak.

Nu kon het avontuur eindelijk beginnen. We waren weg voor een lange trip. De reis op de autowegen liep voorspoedig en omstreeks 19u15 kwamen we toe aan de voet van de MT Ventoux. Groot was onze verbazing dan ook dat we daar halt hielden, er sprongen er een aantal van de bus, staken de weg over vliegensvlug naar een fietsenzaak. Na rondvraag bleek dat er iemand zijn fietshelm vergeten was en wou er nog vlug één kopen vooraleer we aan het avontuur begonnen. Van hieraf slingert de bus zich langzaam naar boven naar de top van deze legendarische col. Beneden was het nog een goede 20° maar tijdens het klimmen zagen wij de temperatuur razendsnel de diepte induiken. Tijdens deze laatste kilometers van de klim begon iedereen zijn kledij aan te passen aan de weersomstandigheden, buiten een aantel enkelingen die ons ongeloofwaardig aankeken. Die enkelingen zaten zelfs wat spottend te lachen, maar wij wisten wel beter – wie laatst lacht best lacht, is het gezegde.

Inderdaad op de top van de col was het maar 2° en de wind was verschrikkelijk. De enkelingen in zomerkledij doken terug in de bus en een 10 tal minuten later hadden zij ook de aangepaste kledij aan. Ze gingen van dan af wel luisteren naar onze goede raad
Iedereen klaar, banden gepompt, wat proviand voor onderweg. We kunnen vertrekken.

Vergeet het maar, eerst een speech van Christa, de uitdaagster, en dan uitleg van de cameramannen hoe zij ons wilden filmen. Het wachten duurt voor ons te lang en we duikelen voorzichtig naar beneden.

Iedereen was gewaarschuwd, we moesten veilig beneden geraken, zonder brokken. Na ongeveer een 10 tal kilometer hielden we een halt om de troepen terug te groeperen. De eerste fietsmechanische problemen staken de kop op. Er was zelfs een bij waar zij remblokken volledig versleten waren, bij een ander was het stuur losgekomen,…

Alles werd met de grootste glimlach opgelost en sfeer was gewoonweg goed.

We vertrokken voor het tweede deel van de afdaling, een weg slingert tussen de bomen naar de voet van de col. Opeens passeert er in een schicht een collega voorbij. Hij verliest de controle in de bocht en knalt pardoes op de rotsen. Gaat over kop met alle gevolgen van dien. Gelukkig kunnen de meesten de val ontwijken. Op het eerste gezicht vallen de verwondingen nog mee, hij staat recht, heeft wat pijn aan de schouder, schade aan de fiets valt mee. Ik zelf vind het op dat moment niet verantwoord dat hij verder rijdt want hij kan met moeite zijn arm nog bewegen. Hij beslist om toch nog verder te fietsen. We beginnen terug aan de afdaling, ieder op zijn tempo.
Beneden werd er gewacht op iedereen. We kregen die dag ook al te maken met een 2 tal lekke banden, alles werd zonder problemen opgelost.

Door de problemen waren we omstreeks 21uur 30 beneden aan de voet van de col. Waar gaan we slapen was de vraag van iedereen. Niemand had een antwoord. Een aantal onder ons wist dat er een camping was bij buiten rijden van het dorp, misschien konden wij daar terecht om te overnachten. Daar toegekomen het gaan vragen aan de receptie, we mochten daar overnachten. Een aantal onder ons kon overnachten in een mobilhome, een aantal hadden een tentje bij en de laatsten moesten overnachten in de buitenlucht. Geen probleem iedereen was moe en ging vlug slapen.

Woensdag

Reeds van in de vroeg morgen ( 5u30) was iedereen paraat. Tentjes werden afgebroken, douches met koud water zorgden dat wij binnen de kortste keren wakker werden en de kapotte fietsen werden hersteld vakkundig hersteld.

Toch was er kleine domper in de groep, de persoon die viel in de afdaling van de Mt Ventoux moest noodgedwongen opgeven met een pijnlijke schouder. Voor de rest was iedereen klaar om te vertrekken voor het eigenlijke avontuur, niemand besefte op dat moment de zwaarte van de opdracht en het was maar goed ook.

Om 7 uur vertrokken wij op pad, dat dachten we althans. De fietsers konden vertrekken maar de volgwagen kom door het vroege startuur de camping niet verlaten. Wij moesten wachten tot het bareel de hoogte inging en dan konden wij eindelijk vertrekken aan onze tocht.

We reden richting de Rhone valle, de eerste dag fietsen wij voortdurend in de omgeving van de Rhone rivier. De weg was niet al te lastig, naar Franse normen. Na 15 km hadden wij ons eerste klimmetje en het gezegd worden het viel goed mee. Na een goeie 35 km werden we geconfronteerd met de eerste lekke band van de dag, op een drukke weg hielden er enkelen halt om hem op te wachten. Als volleerde profs bracht we hem terug in de groep. We lieten de grote baan rechts liggen en opteerden voor rustige wegen. We waren nog maar net op die weg of we werden reeds geconfronteerd met het eerste probleem. De mobilhome kon niet onder een brug door en moest rechtsomkeer maken om terug langs de andere zijde van de brug uit te komen. De groep fietsers vervolgde zijn weg en hoopten dat alles weer goed kwam en inderdaad na een 5 tal km werden we terug herenigd. De wolken dreigden maar de zon overwon alles. Na een goeie 70 km werd er onbewust rechtsaf genomen, niemand wist toen op dat moment dat wij een parking opreden van elektriciteitscentrale. Er zat niks ander om terug te keren en onze weg van daar juist blijven te volgen. De rit verliep gemoedelijk en we bereikten zonder grote kleerscheuren ons eerste lunchpauze. Een klein dorpje was de uitgelezen plaats, iedereen vloog op de boterhammen en die deden verdorie deugd. Na rijp beraad werd er daar besloten om die dag 300 km te fietsen, we moesten dan nog een 170 km fietsen vooraleer wij ons hotel gingen bereiken. Na goed een halfuur klom iedereen terug in het zadel en we waren terug weg. De tocht verliep vlekkeloos buiten aantal lekke banden. Toch werkte dat niet op het gemoed van de groep. We naderden stilletjes de grootstad Lyon. Het parcours werd al iets heuvelachtiger en de snelheid in de groep daalde. De eerste wielertoeristen kwamen in de problemen maar de solidariteit was groot. Iedereen hielp iedereen, de snelheid werd aangepast, boven werd er gewacht, beter kon gewoon niet. We besloten vooraleer we Lyon gingen binnenrijden om nog een stop in te lassen. Op die manier kon iedereen zich nog goed bevoorraden en was hij klaar om nog een 80 km te fietsen. Het was ongeveer 16u30, de drukte begon op gang te komen. Hoe gingen wij met een fiets die autojungle overleven in dergelijke stad. We waren reeds bezig aan een groot avontuur maar dat was nog een bijkomend avontuur. Fietsers en de karavaan volgwagens moesten samenblijven in deze heksenketel. We begonnen eraan. In het begin liet alles rimpelloos, we vonden elkaar vlotjes, wachttijden waren beperkt. Toch werd de drukte rondom ons erger en erger. De files kwamen langer en langer, opeens hadden wij een idee. Waarom laten wij de mobilhome niet voorrijden, hij heeft gps en wij moeten hem maar volgen was ons idee. Goed, we deden dat. Maar goed 5 km verder moesten wij rechtsaf, wij maar volgen. Vooraleer wij het goed beseften waren wij aan het rijden op de ring van Lyon, de autostrade. Wat nu, we waren nu toch daar en besloten dan maar verder te fietsen tot aan de volgende afrit. We hebben op die manier toch een aantal kilometers gefietst op de autosnelweg, de groep raakte versplinterd door de aard van het parcours. Toch kwam iedereen zonder problemen terug bij elkaar. Het was nog niet voorbij, nu moesten wij nog een aantal voorsteden overleven. De fietsers hadden geen probleem om samen te blijven maar de volgers zaten vast in het verkeersgewoel. Na ieder kruispunt moesten wij ellenlang wachten vooraleer wij gegroepeerd waren. We konden niet anders, elkaar hier kwijt spelen zou regelrechte ramp betekenen. Op een bepaald moment werd het toch kritisch, aan een rondpunt moesten wij naar links , de volgwens die wat verder volgden hingen hier naar rechts. Wat we gevreesd hadden werd werkelijkheid we waren elkaar kwijt. Gelukkig was een van onze chauffeurs alert en had nog een glimp van ons opgevangen in zijn zijspiegel. Op die manier konden ze binnen de kortste keren rechtsomkeer maken en terug hun plaats achteraan de groep innemen.

Het is ongeveer 18u15 en we waren bijna uit de heksenketel, nog één gevaarlijke ringbaan naar beneden denderen en we waren eruit. Oef het was ons gelukt maar ik mag zeggen dat het ons bloed, zweet en tranen heeft gekost om ons daar samen in groep door te loodsen. Nog een goeie 30 km en zijn bij het hotel. Met verse moed fietsten we richting hotel. Opeens kwamen de mensen van Fata naast ons rijden om ons mede te delen dat wij rond 19 uur moesten stoppen met fietsen. Op die dag was er een volksvergadering in Roeselare voor de achterblijvers en wij moesten vanuit Frankrijk commentaar leveren op de voorbij gebeurtenissen. Op 15 km van ons hotel moesten wij halt houden op een rondpunt. Wij stonden daar, met een bord van Roeselare in de hand en wat fietsen waren wij een echte attractiepool voor die Fransen. Aan hun blikken konden wij blindelings hun gedachten lezen, wat doen de verdomde Belgen op dat rondpunt. Wij standen daar voor aap, de eerste 10 min hadden wij wel plezier maar na een 10 tal minuten begonnen wij af te koelen. Iedereen kreeg koud en ook de honger zat om de hoek. We kregen contact met Roeselare, en onze taak zat er op. We konden terug verder fietsen, toch hebben wij daar ongeveer een 30 min stilgestaan. Nu goed, op naar onze eindbestemming. De aankomst van vandaag was in zicht en dat deed deugd. Rond 20 bereikten wij onze bestemming, iedereen naar zijn kamer om te douchen want om 8u30 werden wij aan tafel verwacht. Binnen de kortste keren was iedereen onder de douche, de begeleiders zorgden voor de fietsen, plaatsen de fietsen in een aparte ruimte, poetsten de bidons, kortom zij zorgden dat alles netjes en klaarwas voor de volgende dag.

Het eten was overheerlijk en we lieten ons buikje goed vullen. Ik mag zeggen dat de eerste 30 min aan tafel erg stil waren, dit was normaal want we hadden geen tijd om te praten, we hadden reuze honger. De rijkelijke buffetten smelten als sneeuw voor de zon onder het renners geweld.

Iedereen was ervan rotsvast van overtuigd dat 300km een éénmalige rit ging worden en dat vanaf nu aan de kilometers gingen minderen. Iedere avond werd de rit voor de volgende uitgestippeld door een 2 tal personen. Bij het bekijken van de kaart voor morgen en de andere dagen kwamen wij tot een serieuze vaststelling. Wilden wij Roeselare halen tegen zaterdagmiddag, dan moesten wij nog 2 maal 300km fietsen en de zaterdag nog eens een goeie 150km. We keken volg omgeloof naar elkaar, dit kon toch niet waar zijn. Maar na een tweede controle bleek onze vaststelling de juiste. Kilometers minderen, neen dat kon gewoon niet. Meer nog, het parcours vanaf donderdag wordt serieus zwaarder. Vanaf nu fietsen we door de Bourgonge streek, deze is vergelijkbaar met de Ardennen maar de heuvels zijn net iets hoger. De toppen bereiken hier een hoogte van ongeveer een 1000meter. De moed zonk ons in de schoenen. De persoon die bij mij op de kamer sliep zag het helemaal niet meer zitten en verklaarde ons gek. Christa werd erbij gehaald. Zij besefte op dat moment niet wat wij haar te zeggen hadden. Het drong niet tot haar door, wat ook begrijpelijk is. Zij had geen ervaring met fietsen en met de lastigheidsgraad van het parcours. Toch kon zij ons opmonteren en we besloten dit negatief nieuws niet mede te delen aan de groep. Op die manier konden de anderen rustig slapen en fris en monter aan de start verschijnen van de volgende dag. Het was rond 23u30 dat de lichten uitgingen en weg waren we richting dromenland.

Donderdag

‘s Morgens om 5 uur werd iedereen stilaan wakker. Na een korte nacht kwam het besef dat we vandaag voor een loodzware opdracht stonden, nl. een geaccidenteerd parcours. Maar eerst wachtte ons een stevig ontbijt en dit is toch de basis voor een goede start. De begeleiders waren ook al druk in de weer met het klaarmaken van de bidons voor onderweg. Vanaf 6 uur werden we verwacht in de ontbijtzaal voor een uitgebreid ontbijt. Rond 7 uur vertrokken we met de fiets richting Auxerre. De eerste kilometers waren nog vlak maar vanaf kilometerpaal 10 begon het stilletjes aan bergop te gaan. Na 15 km hadden we terug te maken met een lekke band, maar het euvel werd binnen de kortste keren hersteld. Gelukkig, want we stonden langs een drukke Nationale weg. De tocht verliep niet gemakkelijk, heuvel op, heuvel ook de wind speelde hier in ons nadeel. Na 60 km werd er even halt gehouden voor een plasstop en het bijvullen van de nodige proviand voor onderweg. De tocht werd verder gezet naar Luzy, waar een middagmaal ons hongerige magen ging vullen. Maar met nog een goede 15 km te fietsen richting Luzy kwamen vandaag de eersten in problemen, het parcours was loodzwaar, dit was dan ook op zijn zachts gezegd. Bergop, bergaf, geen kilometer vlak en klimmetjes van tussen de 1 à 2 km met een stijgingspercentage van 10% waren geen uitzondering. Maar goed, iedereen haalde Luzy en dit was het ideale moment om de batterijen op te laden. De crew leverde hier schitterend werk. Belegde broodjes met kaas en hesp lagen te wachten op ons. Na ongeveer een halfuur vertrokken we opnieuw richting onze aankomstplaats Auxerre. Toch hadden we nog een goede 160 km voor de boeg. De eerste kilometers waren plezant. De filmploeg was bovenop de mobilhome geklommen en filmde ons zo vanuit de lucht. Toch bleven de hellingen elkaar in snel tempo opvolgen. Opeens op één van die hellingen versnelde iemand uit de groep, iedereen keek verbaasd maar een kilometer verder was de verbazing nog groter, zijn fiets stond mooi geparkeerd langs de kant van de weg en de fietser was noodgedwongen de bosjes ingevlucht. Wij fietsten verder heuvel op, heuvel af en een paar km verder kon hij terug aansluiten tot groot jolijt van de anderen. Het parcours werd minder zwaar, hellingen bleven wel van de partij maar de lastigheids graad werd toch minder. In het dorpje Corbigny kwam er een leuke verrassing van de begeleiders. Op een parking van een warenhuis hadden zij gezorgd voor een lekkere taart. Toch werd er door de fietsers een leuke mop uitgehaald met de begeleiders. Op die bewuste plaats hingen wij letterlijk de fiets aan de haak, verbaasde gezichten van de begeleiders die de wanhoop nabij waren. Tot wij het uit proesten van het lachen, ze waren er verdorie wel ingetrapt. Dit voorval en menige andere grappen zorgden voor een goede sfeer in de groep. Terug naar die taart, de cameraman van Fata Morgana was die dag jarig en dit moest gevierd worden. Wij zongen in groep het traditionele verjaardagslied voor de ganse parking, verbaasde Franse gezichten die zich afvroegen wat die zotte Belgen daar eigenlijk kwamen doen. Lang konden we niet genieten want we moesten nog 60 km fietsen vooraleer wij Auxere bereikten. Het weer was aangenaam en de tocht verliep vlekkeloos. De moraal van de groep was groot en iedereen stond zijn mannetje. Toch werden we nog 1 maal getrakteerd op een lekke band. Fata Morgana zorgde voor wat sportieve spanning in de groep. Zij begonnen de groep te filmen vooraan, twee aan twee moesten wij fietsen en zij konden mooie beelden maken voor de uitzending. Dit resulteerde natuurlijk in een tempo versnelling en dat begon bij een aantal zwaar te worden. De laatste 15 km moest het tempo serieus gedrukt worden, de laatste hellingen werden moeizaam verteerd. De eerste supporters waren al van de partij. Een Vlaamse vrachtwagen chauffeur haalde ons in en een paar km verder stond hij langs de kant van de weg ons aan te moedigen. Het was dan ook nog een West Vlaming die gekend was bij een fietser uit de groep. Met die aanmoediging lag de weg naar Auxerre voor ons open. Rond 19u30 bereikten wij onze eindbestemming. Vrij vlot vonden wij het restaurant waar wij het avondmaal gingen verorberen. Het mag gezegd zijn, het was een idyllisch plaatje. Een klein marktplein met een fontein en op de achtergrond de haven, wat wil een mens nog meer. Het eten was voortreffelijk en de sfeer was subliem. Te uitbundig want volgens velen was de buit al binnen. Sommigen waagden zich zelfs al aan een glaasje alcohol, wie weet zelfs meer. Enkelingen speelden voor spelbreker en probeerden de fietsers terug met de voeten op de grond te krijgen. Na het eten moesten wij nog naar het hotel fietsen. Niet ver was ons gezegd maar dit viel dik tegen. In dergelijke stad is het vinden van je hotel niet gemakkelijk, wetende dat de avond viel. Uiteindelijk bereikten we rond 22 uur ons hotel, de douche en het bed wachten op ons. Toch moesten we ook nog wat geduld hebben, er waren problemen met de reservaties en konden niet onmiddellijk binnen. Tegen 23 uur hadden we de sleutels van de kamer en konden we ons eindelijk verfrissen en hopelijk snel de slaap vatten om uitgerust de volgende dag aan het ontbijt te verschijnen.

Vrijdag

‘s Morgens om 5 uur werden we wakker want om 6 uur konden wij gaan ontbijten. Waar de meesten de avond voordien nog enthousiast waren, was dat ‘s morgens totaal anders. Velen hadden een slechte nacht achter de rug. Dit was heel snel zichtbaar aan het ontbijt, ze vielen in slaap, hadden geen honger. De uitputtingsslag begon stilletjes zijn tol te eisen.

De derde dag was beslissend voor het al dan niet slagen van onze opdracht. De tocht naar Saint Quentin was terug zo’n goede 300 km over glooiende wegen, vergelijkbaar met een beklimming zoals de nieuwe Kwaremont en af toe wordt je geconfronteerd met een helling vergelijkbaar als Cote de Wanne. Dit de ganse dag door. De zon was deze ochtend nog van de partij maar er was regen en wind op komst en dit ging het alleen maar lastiger maken.

Alles werd in gereedheid gebracht door onze begeleiders. Deze mensen hebben alles in het werk gesteld om het ons naar zin te maken: Bidons vullen, fietsen wegbergen, bidons reinigen, ons eten bezorgen, noem het maar op die mensen waren steeds paraat voor ons. Zonder de steun van de begeleiders hadden we het zeker niet gehaald, daar ben ik rotsvast van overtuigd.

Om 7 uur vertrokken we. De fietsers met ervaring hadden allemaal een klein hartje, zij wisten wat een derde dag fietsen kan doen met het menselijk lichaam. De eerste kilometers gingen vlot, maar na een 15 tal km kwam de kat op de koord. De wegen werden heuvelachtiger en de wind begon schuin op kop te zitten, zeker niet ideaal is met al die kilometers die ons nog te wachten stonden.

De groep valt volledig uiteen op de klimmetjes en het tempo vertraagd serieus. Boven op iedere helling moet er lang gewacht worden tot we weer voltallig zijn. Het ongeluk blijft ons achtervolgen…

De avond voordien hadden wij de weg uitgestippeld en bewust voor een omweg gekozen. De kortste weg bevatte een serieuze klim en om onze krachten te sparen opteerden wij voor een langere maar vlakkere route. Maar op het bewuste kruispunt konden we door werken niet door. We moesten de korte maar steile weg nemen, een kalvarie tocht. De klim was 2 km lang met als uitloper een stuk vals plat. Het was moordend voor de groep die in stukken uiteen viel. Een aantal fietsers kwam serieus in problemen. Het tempo was volledig uit de groep verdwenen.

Om u voorbeeld te geven, na 2 uur fietsen haalden wij nog geen 50 km. Dit was het eerste kritische moment. Wat moesten wij doen? Allerlei voorstellen kwamen aan bod en er werd beslist om in groep door te rijden tot het volgende dorp. Van dan af hadden wij de wind in de rug, zo konden de minderen recupereren en op die manier de uitdaging tot een goed einde brengen.

Er waren ook deelnemers die te maken hadden met serieuze problemen aan het achterwerk. In het dorp werd zo snel mogelijk een apotheek opgezocht voor verzachtende zalf. Wie geen Frans spreekt moet het op andere manier uitleggen, gewoon broek afdoen in de apotheek en tonen waar het probleem is. Een zicht was het niet maar binnen de kortste keren waren we geholpen. De meesten onder ons konden zich uitgebreid bevoorraden en na een 20 tal minuten vertrokken we voor nog 70 km.

Het geluk was langs onze kant, de wind hadden we in de rug en de snelheid in de groep werd stilaan opgedreven. We reden voortdurend aan 33 a 35 km per uur. De wegen waren iets minder glooiend en door die beide factoren werd onze achterstand van in de morgen stilletjes aan opgehaald. Het was nog steeds droog ondanks de dreigende wolken.

Er was nu wel een ander probleem, we waren de begeleiders kwijt. Zij moesten tanken maar waren daarna rechtdoor gereden in plaats van naar rechts af te slaan. Iedereen had voldoende bevoorrading bij zich om dit moment zonder volgwagen wel op te vangen. Door de gunstige fietsomstandigheden was de sfeer in de groep ok. Een van fietsers passeerde in volle vlucht met wc papier uit zijn broek, met dergelijke grapjes werd de sfeer allen maar beter. Voor we het beseften hadden we al die dag al een goede 100km op de teller.

Stilletjes naderden we de champagnestreek en het landschap werd terug, iets lastiger. Ook de weersomstandigheden begonnen zich te roeren, de wind blies fel om zich heen en af toe viel er al een spat regen. Na 130 km wachtte ons een aangename verrassing. De crew had gezorgd voor hotdogs in overvloed. Het smaakte en de sfeer was goed, maar niet meer voor lang.

Een van deelnemers besloot om de tocht te staken. Hij was totaal uitgeput. Bij het horen van dit nieuws kwam er bij meerdere deelnemers angst in de ogen. Waren zij de volgende, Roeselare was aan het naderen maar we moesten die dag nog een 170 km fietsen en de dag erna nog een 150 km.

Vrijdagnamiddag was beslissend. We vertrokken opnieuw en werden onmiddellijk met de harde wind geconfronteerd. De tocht was op dat moment allesbehalve gemakkelijk. Op ieder helling werd de groep terug uit elkaar gerukt. Ondanks moeilijke omstandigheden bleef de samenhorigheid in de groep groot. Steeds werd op elkaar gewacht en het tempo werd voortdurend aangepast aan de mindere goden. Andere mogelijkheden waren er niet. Wilden wij slagen moesten wij de groep samenhouden en zorgen dat de sfeer goed was. Iedereen droeg zijn steentje bij en het is eigenlijk ongelofelijk dat er zo’n groepsgevoel kan ontstaan binnen de 3 dagen.

De weg naar Chateau Thierry was het meest kritische moment tijdens de tocht. Verschillende fietsers toonden hier serieuze tekenen van zwakte. De vele kilometers en de gure weersomstandigheden eisten hun tol. Allerlei kwaaltjes begonnen de kop op te steken ( pijnlijk achterwerk, knieën, achillespees, ..) en bemoeilijkten de tocht. Een stop aan een watertoren deed voor velen deugd. Wat dollen met elkaar en zorgen dat iedereen zich voldoende bevoorraad, waren hier zeker op zijn plaats. Maar ook de aanmoedigingen van onze begeleiders waren niet min, zij pepten iedereen op en op die manier vertrokken we richting Chateau Thierry. Binnen de kortste keren bereikten we de stad vooraf gegaan door een lange afdaling naar het centrum van de stad.

Bij het buiten rijden van de stad werden we geconfronteerd met een serieuze helling. Aan de voet van de helling sloeg het noodloot terug toe. Een nieuwe opgave in de groep, knieproblemen waren hier de oorzaak. In 50 km fietsen verloren we 2 fietsers, wie waren de volgende? Het was duidelijk we moesten zorgen dat we geen enkele deelnemer meer gingen verliezen. We moesten die avond Saint Qentin bereiken. Hoe laat we de stad bereikten speelde geen rol niet meer. We waren nu al in het noorden van Frankrijk en wij gingen slagen in onze opdracht. Er was zelfs een zekere vorm van gezonde agressiviteit in de groep geslopen. Iedereen pepte elkaar op, de snelheid ging aangepast worden en we vertrokken opnieuw richting bestemming. De regen viel met bakken uit de lucht maar dan kon ons niet hinderen. We reden richting Soissons, op goede 10 km voor het stadje werden we afgeleid naar een parking. Daar verraste de crew ons vandaag voor een 2 maal. Koffiekoeken met warme chocolademelk stonden aar op ons te wachten. Ik weet dat het geen renners kost is maar het smaakte verdorie lekker. Na 15 min vertrokken we opnieuw naar Soissons waar we bij het binnenrijden getrakteerd werden op een hevige wolkbreuk. Bij het buiten rijden van de stad kregen we een zoveelste zware kuitenbijter voor de wielen. Toch begon iedereen enthousiast aan de klim, want het einde was nabij. Nog een 50 km en we bereikten de plaats van bestemming. Iedereen verteerde de klim op zijn manier en boven werd er gewacht. De sfeer was uitbundig, het einde was nabij. In een goed tempo naderden we Saint Qeuntin. Met nog een 15 km voor de boeg draaiden wij een autoweg op, er stond duidelijk een bord dat we die weg mochten nemen. We waren nog maar die weg opgedraaid of langs de overzijde deed de politie teken dat wij daar niet mochten rijden. Wij vervolgden gewoon onze weg richting eindbestemming. Na 5 km fietsen hoorden we de politie naderen met gloeiende sirenes. Wij moesten aan de kant en de discussie kon beginnen. We moesten een aantal fietsers kalmeren of voor hen eindigde de tocht in een klein kamertje. Iedereen onder begeleiding van de politie moest als spookrijder terugkeren naar de afrit. Fietsers, volgers iedereen in tegenovergestelde rijrichting, dit was niet gevaarlijk volgens hem. Toch was dit een serieuze tegenslag, op die manier moesten wij nog een stuk verder fietsen vooraleer wij Saint Qeuntin gingen bereiken. Het begon opnieuw goed te regenen en na een tijdje fietsen kwamen opnieuw uit langs die beruchte autoweg. Een aantal fietsers volgend toch die autoweg, 1 volgwagen volgde de anderen keken verbaasd toe. Wij stonden daar. Een deel fietsers reed de richting vanwaar we kwamen en anderen stonden nog met de begeleiders op een kaart te kijken. Totale chaos, maar het slechtste was dat we elkaar kwijt waren. 2 fietsers en een volgwagen reden naar het vorige dorpje maar er was niemand meer te zien. Gelukkig bestaat er nog een GSM, binnen de kortste keren hadden we met elkaar contact en de grote groep fietsers ging elkaar terugvinden. Zij moesten enkel wachten op die 2 die zo’n goede 5 km van hen verwijder waren. Ron 19u30 waren wij herenigd, doch die andere 2 fietsers en volgers waren wij nog altijd kwijt. Zij waren al in de stad maar wij moesten die stad nog bereiken. Een omweg zou ons naar daar leiden, dit was nog zo’n 10km. Het water kwam met bakken uit de hemel, het was koud en we kregen honger. De kopjes hingen naar beneden. Opeens werden we vanuit de volgwagen opgelegd om te stoppen. De anderen waren op komst en we moesten wachten tot we kompleet zijn. We hadden totaal geen zin meer en we reden gewoonweg door. Er ontstond al rijden een discussie tussen een aantal fietsers en Christa uit de volgwagen. We kwamen overeen om niet te stoppen maar om traag door te fietsen. We waren zo goed als in de stad en de verloren zonen kwamen van achterons opeens opgedoken. Zij wisten het hotel liggen en we waren er zo goed als bij. Het was dan omstreeks 20u30. Wij fietsen als groep richting het hotel, na goed 15 min fietsen kwamen we bij een hotel Campanille. Maar wat bleek, het was niet dit hotel maar een ander aan de overzijde van de stad waar we gingen overnachten. Niemand wist hoe daar konden komen. Na wat rondvraag bij plaatselijke bewoners bleek dat we terug die bewuste autoweg, waar we 2 uur geleden niet mochten rijden, terug opmoesten. Er werd geen rekening meer gehouden met e verkeersregels en er werd unaniem beslist om deze optie te nemen. S’ Avonds om 21 uur reden wij op de autoweg richting hotel. In de regen en in de invallende duisternis bereikten wij eindelijk onze bestemming. Nu moet u wel weten, bij de samensmelting van beide groepen waren wij op 1,5 km van dit hotel maar door de speciale omstandigheden kwamen wij bij het andere hotel. Totaal uitgeput door de afstand, de regen en de koude gingen wij naar onze kamer. We konden nu nog niet op ons gemak zijn want binnen het halfuur moesten we aanschuiven om ons avondmaal te nuttigen. Binnen de kortste keren kwam iedereen uit de douche, de kopjes begonnen te glunderen. Iedereen begon te beseffen dat ons uitdaging zo goed als zeker ging slagen. Er werd reeds een klein glaasje wijn gedronken om toch al eens de smaak van de overwinning te proeven. Omstreeks 23u30 gingen de lichten uit en gingen we al dromend slapen van het geen ons morgen te wachten stond

Zaterdag

Rond 5 uur werden wij langzaam wakker. De weergoden waren ons deze keer beter gezind, een staalblauwe hemel en een mooie zon. Om 6 uur was iedereen was stipt aanwezig voor het ontbijt en het humeur was opperbest. Na een rijkelijk gevulde maaltijd werden de valiezen voor de laatste keer ingeladen. Enkelen begonnen hun fiets nog te kuisen, dat werkte aanstekelijk voor de ganse groep en binnen de kortste keren was iedereen aan het poetsen. Iedereen wilde graag met een mooie fiets de eindstreep halen. 150 km was onze laatste opdracht, een makkie dacht iedereen.

De mensen met ervaring wisten beter, de eerste 50 km waren nog relatief zwaar door de aard van het parcours en ondanks de goede weeromstandigheden, regen kregen we zeker niet, hadden we te maken met een serieuze zijwind tot in Cambrai. Eens Cambrai voorbij hadden wij de wind in de rug en lag de weg naar de eindstreep in Roeselare breed glimlachend open,

Vooraleer we vertrokken werden er nog wat foto’s genomen en omstreeks 7u15 vertrokken we richting Roeselare. De sfeer was uitgelaten maar we waren nog maar weg en er kwamen al een aantal zwaar in de problemen. Problemen van medische oorsprong en totale vermoeidheid waren de oorzaak. We waren vroeg vertrokken en konden ons permitteren om de snelheid wat aan te passen. Nu nog iemand verliezen was uit den boze, iedereen moest en zou nu de eindstreep halen. Na een kleine 2 uur bereikten we Cambrai, het zwaarste was achter de rug.

Er viel voor velen een last van de schouders. We fietsen gezapig verder en na een goeie 70 km werd er een kleine stop ingelast. Van daar af was de organisatie in handen van de mensen van Fata Morgana.

We moesten fietsen tot in Orchies waar er ons een middagmaal ging aangeboden worden. Eens aangekomen in Orchies reden we richting het marktplein. Op een drukke zaterdagmorgen is het normaal dat je elkaar kwijtgespeeld, dus dit gebeurde daar ook. Ondertussen konden enkele fietsers zich vermaken aan wat parkeerproblemen voor een dame die niet wachten kon. Zij zocht al verschillende maal langs ons om toch maar een parkeerplaats te vinden. Zij kon onze aanmoedigen dan ook niet echt appreciëren. Na een tijdje kregen we telefoon van de volgers dat wij naar een restaurant moesten komen nabij de markt. We waren dicht bij de plaats van bestemming. Daar aangekomen werden we getrakteerd op een glas champagne als aperitief en als hoofdgerecht een pizza met een glaasje wijn. De alcohol deed onmiddellijk zijn werk, de tongen kwamen los en er werden mopjes verteld in overvloed. Niemand ging op dat moment zeggen dat wij al een goeie 1000 km hadden gefietst in 3,5dagen. De vermoeidheid was verdwenen. Ons groepsgevoel op dat moment was nog groot. Vanuit de groep werd er dan ook gevraagd om de personen die opgegeven hadden onderweg nog het laatste deel te laten mee fietsen. Aanvankelijk werd dit geweigerd maar na een tijdje kwam er groen licht van de eindredactie van het programma. Zij maakten hun vlug klaar en omstreeks 12u30 vertrokken we richting Roeselare. De sfeer was buitengewoon. Wat stond ons te wachten in Roeselare?, wat onderweg?, … Kortom wij gingen genieten van het geen op ons afkwam.

Aan de Frans – Belgische grens werden wij opgewacht door de politie die ons onder begeleiding naar Roeselare zou leiden. Alle kruispunten werden afgezet om ons een vrijgeleide te geven. In Wallonie werd er natuurlijk verbaasd naar ons opgekeken. Wat is er nu aan de gang moeten, dachten de Walen. Wij trokken ons daar niks van aan. In de groep werd er afgesproken dat wij Vlaanderen al wandelend gingen binnenkomen. We naderden de Vlaanderen en we gooiden de remmen dicht. Verbaasd keken e volgers en de begeleiders naar ons. Wat gebeurt er. Al wandelend trok de groep Vlaanderen binnen om 5 meter over de grens op de fiets te springen. Het einde was nabij. Van hier af kregen wij de eerste aanmoedigingen en deze werden naarmate wij Kortrijk naderden meer en meer. Fietsers stonden langs de kant ons op te wachten en zo onze laatste kilometers mee te fietsen. De vele aanmoedigen werden talrijker en talrijker. Het eerste kippenvel moment beleefden we als we door het centrum van Kortrijk reden. Wat ging dit worden in onze thuisstad. Van vermoeidheid was er op dat ogenblik geen sprake maar emotieel was het iets anders. De traantjes begonnen hier en daar over de wangen te rollen. Eens wij nabij het Ring Schopping centrum kwamen was het een compleet feest. Overal toeterende auto’s, mensen die ons toejuichten, kortom iedereen die ons zag juichte ons toe. Ik kan u verzekeren op een zaterdagnamiddag rond 14u zijn er veel mensen op toer. Zo naderden we meter voor meter Roeselare, zonder dat we het beseften. Eens we de grens met Izegem naderden kregen wij een tweed kippenvel moment. Langs de kant van de weg stond er een groep wielertoeristen ons op te wachten met een reuze taart. Wij stopten en namen dit cadeau zeer dankbaar in ontvangst. Wij zijn die mensen nog steeds zeer dankbaar. Op het ronde punt nabij Topmarkt was er een zee van volk die ons aanmoedigde maar de Schepen van sport, Dhr Debels José en de voorzitter van Sportraad, Dhr Noel Demeyere, waren daar ook al van de partij om ons aan te moedigen. Wij naderden Roeselare, eens we de brug van de snelweg over waren was de buit binnen. Dit was ons moment de glorie van de groep, gebalde vuisten, traantjes, vreugdekreten noem maar op, alles was van de partij om ons zegegebaar te uiten. We vervolgden onze weg langs de rijksweg, overal toeterende auto’s en roepende supporters. Enkel de allergrootste kampioenen krijgen dergelijke ontvangst, dit stond ons vandaag ook te wachten. Al beleefden we dit maar 1 keer, in ons leven kan niemand ons dit nog ooit afnemen. We draaiden de Meensesteenweg in en vandaar af was het complete waanzin. De aanmoedigingen bleven naar ons toestromen. We werden afgeleid naar de Stedelijk Werkplaatsen in de Hoogledsesteenweg, tientallen mensen stonden aan de poort ons op te wachten. Het was net alsof de volledig AD Delhaize was leeg gestroomd om ons aan te moedigen. Eens op het binnenplein van de werkplaatsen kwamen de emoties bij de deelnemers voorgoed los. Traantjes rolden in overvloed over de wangen. We werden hier hartelijk ontvangen met belegde broodjes, taart en drank. Eens boven begonnen we ons meer en meer te realiseren wat wij eigenlijk gepresteerd hadden in die 3,5 dagen. Een onmogelijke opdracht hebben wij tot een goed einde gebracht met een groep fietsers die elkaar niet kennen. Wij moesten nu nog enkel onze ster op de markt gaan ophalen. Wij hoorden enorm veel geruchten maar wat er ons daar juist te wachten stond wisten we niet. We werden begeleid naar het begin van de Noordstraat, daar moesten wij wachten op het startschot van de eindregie om de straat in te rijden. Wat wij zagen was gewoonweg indrukwekkend, rijen toeschouwers, een straat die fabuleus mooi versierd was, wat ging dit worden. Opeens mochten wij de straat binnenrijden, wij waanden ons echte vedetten. Rijen dik stonden de mensen te supporteren voor ons en hoe dichter wij de markt naderen hoe meer volk. Om ons heen werd geroepen, geklapt in de handen, getierd,… . Het was gewoonweg subliem. Vanaf het kruipunt met de Ooststraat moesten wij ons te voet naar het podium begeven om daar onze ster af te halen. Het was gewoonweg schitterend, nog nooit zag ik zo veel toeschouwers op de grote markt van Roeselare aanwezig. Wij werden als echte helden onthaald, we hadden onderweg afgezien maar deze ontvangst hield niemand voor mogelijk. Het was ongelofelijke moeilijke opdracht die we wij met zijn allen ( fietsers en begeleiders) tot een goed einde hebben gebracht. Proficiat aan iedereen die hieraan heeft mee geholpen.

De groep wil ook de thuisblijvers bedanken om massaal pannenkoeken te kopen ten voordele van ons. Bedankt

Dit was het verhaal van Fata Morgana. Hopelijk bezorg ik jullie hiermee veel leesplezier.